Verklaring van het Middle Powers Initiative

Confrontatie van de VS met Iran:
Intensivering van diplomatie en trouw aan de internationale wetgeving

Gezien het ontbreken van een VN-resolutie met geweldsmandaat is er heden geen basis voor de VS of enige andere staat om op grond van de internationale wetgeving op een nucleair programma van Iran te reageren met een militaire aanval of met het dreigen daarmee.

Het oplossen van verschilpunten tussen de VS en Iran met diplomatieke middelen is inmiddels absolute noodzaak. De catastrofe in Irak zou ons duidelijk moeten maken dat het gebruik van geweld onder de huidige omstandigheden de tragedie in het door oorlog verscheurde Midden-Oosten nog zou vergroten. Iedere bedreiging met het gebruik van overmatig unilateraal geweld is onverantwoord riskant. Er is geen directe bedreiging door Iran. Er is een praktische, legale en morele verplichting om veiligheid te bereiken via vreedzame en wettige middelen.

Een aanval op Iran zou een overtreding zijn van het VN Charter over het verbod van het dreigen met of het gebruik van geweld tegen de territoriale integriteit en politieke onafhankelijkheid van een andere staat. Daar er geen onmiddellijke dreiging is van een aanval door Iran,die met geweld voorkomen zou moeten worden, bestaat er geen grond voor het opeisen van het recht om geweld te gebruiken met zelfverdediging als argument.

Gezien de door de VS gemelde Iraanse steun voor Iraakse opstandelingen en de te verwachten VS-steun voor aanvallen in Iran, zijn terughoudendheid en diplomatie de aangewezen gereedschappen. Te veel staat op het spel – het beëindigen van de oorlog in Irak, de vrede in de regio en het bewaken van de non-proliferatievoorwaarden – om een andere handelwijze te rechtvaardigen. De twee landen moeten zich daarom onthouden van alle openlijke of bedekte militaire activiteiten ten opzichte van elkaar in gedrag, steun of dreiging.

Iran is verplicht zich te houden aan de VN- resoluties met betrekking tot het stopzetten van verrijkingsactiviteiten en zwaar water-projecten. Dit zou de onderhandelingen vergemakkelijken en – in termen van de resoluties – het toepassen van sancties kunnen opheffen. In overeenstemming met de eisen van het Internationaal Atoomenergie Agentschap IAEA en om vertrouwen op te bouwen zou Iran ook het Additionele Protocol (1) bij het Non-proliferatie verdrag moeten uitvoeren.

Om een onvoorspelbare en extreem gevaarlijke escalatie te vermijden, voortkomend uit de oorlog in Irak en de nucleaire spanningen, moeten de VS en Iran, bilateraal en samen met andere bezorgde staten, nu onderhandelen over de thema’s die hun verdeeld houden. Deze omvatten de militaire aanwezigheid van de VS in Irak, vermelde betrokkenheid van Iran bij de opstandelingen in Irak, grenscontroles tussen Iran en Irak, de steun van de VS voor regimeverandering in Iran en het nucleaire programma van Iran. Om de onderhandelingen te beginnen dienen geen voorwaarden vooraf te worden gesteld.

Effectieve diplomatie is nu dringend nodig omdat de VS- Iranconfrontatie een kritische fase heeft bereikt. Iran beweert dat Koerdische groepen, gesteund door de VS, met Irak als basis, aanvallen uitvoeren in Iran en geloofwaardige rapporten melden dat Iran in het wilde weg Noordoost- Irak bombardeert. Bovendien heeft de VS de bewijslast opgevoerd over de bewering dat elementen in Iran zorgen voor bevoorrading van geavanceerde bermbommen, andere soorten munitie en training van opstandelingen in Irak. In een schrijven van 28 augustus 2007 beweerde president Bush: “Om de Amerikaanse troepen te beschermen heb ik onze militaire commandanten in Irak bevoegd verklaard de moorddadige activiteiten van Teheran te beantwoorden”. De Amerikaanse regering overweegt de Islamitische Revolutionaire Garde, delen daarvan of diens strijdkrachten in Qod tot een terroristische organisatie te verklaren. De VS onderhouden een substantiële krijgsmacht in de Perzische Golf. Iran gaat ononderbroken door met zijn oorlogszuchtige verhalen over de wereldwijde aspiraties van de VS.

De nucleaire ontwikkelingen zijn eveneens in een cruciaal krachtenveld beland. Iran blijft erop staan om zijn nucleaire faciliteiten voor het verrijken van uranium te vergroten en een zwaar water reactor te bouwen, niettegenstaande Resoluties van de Veiligheidsraad die een stop eisen van deze activiteiten om vertrouwen op te bouwen over de uitsluitend vreedzame aard van dit nucleaire programma.

In Iran draaien momenteel 2000 centrifuges onder IAEA controle voor de productie van laag verrijkt uranium, zij het in een veel lager tempo dan verwacht. De VS, Frankrijk en Engeland zijn voorstander van het aannemen van een nieuwe resolutie voor hardere sancties. Bij het onderschrijven van sancties in een recente speech zei President Bush : “we zullen dit gevaar onder ogen zien voor het te laat is”.

De diplomatieke benadering om de uitbraak door de DPRK (Noord Korea ) uit het Nucleaire Non Proliferatie Verdrag NPV terug te draaien begint resultaten af te werpen en zou nu gebruikt moeten worden voor Iran. Sleutelelementen waren de directe betrokkenheid van de VS, een bereidheid tot het overwegen van het normaliseren van relaties en veiligheidsgaranties. Bovendien weten we nu dat de inspecties van IAEA en UNSCOM-UNMOVIC van Irak effectief zijn geweest. De IAEA dient in de gelegenheid gesteld te worden om in Iran zijn werk te doen.

Een maximale inspanning is nodig om binnen afzienbare tijd overeenstemming met Iran te bereiken over nucleaire zaken, rekening houdend met o.a. de volgende factoren:

Ten Eerste, sinds 2003, toen de Iranese overtredingen van de veiligheidsregels werden onthuld, heeft het land te maken met eisen tot rapportage. Evenals in vorige rapporten stelt IAEA Directeur Generaal El Baradei in zijn rapport van 30 augustus 2007: “Het agentschap is in staat om de juistheid van de aanmeldingen van nucleair materiaal in Iran te verifiëren”. Heden kan de IAEA de afwezigheid van niet vermeld nucleair materiaal en betrokken activiteiten nog niet bewijzen, zoals de ervaring met landen als Japan laat zien. Het is een uitdagende taak die bijzonder veel tijd kost en die verscherpte inspecties vereist onder het Additioneel Protocol.

Ten Tweede, het IAEA en Iran hebben overeenstemming bereikt over een werkplan om nog aanwezige vragen op te lossen over het Iranese nucleaire verleden. Als dit slaagt, zullen alle vragen, inclusief de centrifugetechnologie verkregen via het Khan netwerk, in december 2007 worden afgesloten. Het IAEA heeft al verklaard dat bepaalde zaken zijn opgelost. Om dit proces aan te moedigen zou het verstandig zijn dat de Veiligheidsraad het besluit voor strengere sancties uitstelt.

Ten Derde, heeft Iran herhaaldelijk gewezen op zijn openheid over operaties met beperkte verrijkingsfaciliteiten in Iran onder verhoogde IAEA controle en met buitenlandse deelname. De VS moet dat scenario vergelijken met de mogelijkheid dat Iran zich aan het NPV gaat onttrekken en het mogelijke bestaan van verrijkingsinstallaties en opwerkingsfaciliteiten buiten de IAEA controle om. De leiders van Iran lijken niet uit te zijn op het verkrijgen van kernwapens (in tegenstelling tot de capaciteit om materiaal te produceren voor reactoren of kernwapens). Een weloverwogen diplomatieke strategie en nauwe internationale betrokkenheid met het Iranese programma houden de wijzer van de balans in de non- acquisitiestand (houden het programma onder de duim).

Tenslotte kunnen de VS en andere kernwapenstaten op meer geloofwaardige wijze medewerking van Iran aan internationale verplichtingen eisen wanneer ze aan hun eigen verplichtingen voldoen. Het afkeuren van het Iranese potentieel om kernwapens te ontwikkelen en intussen zelf zwaaien met arsenalen van onvoorstelbare destructieve capaciteit in trigger-alert status is inconsequent. De kernwapenstaten hebben, in hun plicht onder het NPV , zich gebonden aan een afnemende rol van kernwapens in het veiligheidsbeleid en, om het doel te bereiken van onbepaalde geldigheid van het NPV, aan het niet gebruiken van kernwapens tegen niet- kernwapenstaten die het NPV hebben ondertekend. Overeenkomstig is de VS gehouden af te zien van het gebruik van kernwapens tegen Iran in plaats van vol te houden dat “alle opties op tafel liggen”.

Partijen bij het NPV, inclusief Iran en de VS, hebben gestemd voor ondersteuning van het creëren van een massavernietigingswapenvrije zone in het Midden Oosten. In dat opzicht zou een regiowijde bevriezing van de productie van kernbrandstof, toegepast op Israël zowel als op Iran, een nuttige stap zijn, zoals voorgesteld door de WMD Commissie (2). Het Internationale Gerechtshof heeft bij het interpreteren van het NPV unaniem vastgesteld dat de onderhandelingen over kernontwapening afgesloten moeten worden. De kernwapenstaten zullen meer succes hebben in het bijeenbrengen van de internationale gemeenschap ter voorkoming van proliferatie als zij zich houden aan hun beloften betreffende het NPV, waaronder het in werking zetten van het Verdrag ter Uitbanning van Kernwapens (CTBT), het onderhandelen over een verdrag met verificatiemogelijkheid betreffende splijtbaar materiaal en het realiseren van een te verifiëren en irreversibele reductie en uiteindelijke eliminatie van nucleaire arsenalen.

20 september 2007

(1) Het additionele verdrag bij het non proliferatie verdrag breidt de mogelijkheden van het IAEA uit om te controleren of landen nucleaire wapens te verkrijgen.

(2) De Weapens of mass destruction commission is een onafhankelijke commissie, ingesteld en betaald door de Zweedse regering, met als taak internationale samenwerking te zoeken voor het verminderen van de gevaren van massavernietigingswapens.

NOOT:

Het Middle Powers Initiative is een coalitie van zeven internationale non-gouvernementele organisaties (waaronder WILPF) die in eerste instantie werken met “middle power” regeringen ter aanmoediging en lering van de kernwapenstaten om onmiddellijke en praktische stappen te ondernemen tot reductie van nucleaire gevaren en om onderhandelingen te beginnen ter eliminering van kernwapens. MPI wordt geleid door een Internationale Stuurgroep en wordt voorgezeten door Hon. Douglas Roche, O.C., de voormalige Canadese Ambassadeur voor Ontwapening.)

Sluit dit venster